• Fred Hoorn

Struweelvogels doen het goed in de Blauwe Kamer

RHENEN De grasmus en fitis zijn in 2018 de meest getelde vogels in de Blauwe Kamer. Deze soorten komen voor in halfopen landschappen met struweel. De merel komt op een goede derde plaats terecht. Dit blijkt uit Sovon-vogelinventarisaties door vrijwilligers van de KNNV-Vogelwerkgroep Wageningen.

Er broeden jaarlijks ruim negenhonderd vogels in de Blauwe Kamer. Dit jaar zijn er maar liefst 72 verschillende vogelsoorten als broedvogel vastgesteld. De kolonie lepelaars telt al enkele jaren rond de 35 tot 40 paar, terwijl de aantallen aalscholvers hier wat zijn gedaald en ook de blauwe reiger min of meer stabiel bleef. Bijzondere soorten als blauwborst en cetti's zanger profiteren van de toename van natte natuur en het is mooi dat ze nu ook de Blauwe Kamer gevonden hebben. De ijsvogels hebben de strenge vorstperiode goed overleefd. Door het ouder worden van de bomen vinden we ook bosvogels als grote bonte specht, groene specht en zelfs de kleine bonte specht.
Rode Lijst soorten die in de Blauwe Kamer broedden waren onder andere slobeend, tureluur, graspieper, spotvogel en ringmus.

STRUEEL De afgelopen jaren is de Blauwe Kamer steeds verder ontwikkeld tot een rijk uiterwaardengebied met kruidenrijke ruigtes en begroeiing. Dit heeft er de laatste jaren toe geleid dat het in dit natuurgebied goed gaat met de struweelvogels. Dit is te zien aan het aantal broedende grasmussen, fitissen, zwartkoppen, tuinfluiters, vinken en kneuen. Net als vorige jaren is het aantal broedende steltlopers in de Blauwe Kamer maar klein. Dit komt doordat het gebied voorheen meer open was met veel zandbanken en weinig begroeiing, een beter habitat voor steltlopers.