• Lex van Lieshout ANP XTRA

Minder bijstand voor 167 Veense woningdelers

VEENENDAAL Van 167 Veenendalers is of wordt de bijstandsuitkering aangepast. Zij delen een woning met meer volwassenen. De woonkosten kunnen zodoende worden gedeeld en de uitkering kan worden verminderd. Dat is conform de zogeheten kostendelersnorm. De daarvoor geldende beleidsregel is door het college vastgesteld. Hoe meer Veenendalers in één huis wonen, hoe lager de uitkering.

Gerard van Wijk

Op de regel zijn wel uitzonderingen. Jongeren tot 21 jaar worden niet meegerekend en dat geldt ook voor kamerhuurders met een commercieel contract (die een commerciële huurprijs betalen), studenten die een opleiding volgen die recht kan geven op studiefinanciering of tegemoetkoming in de studiekosten en studenten die de beroeps begeleidende leerweg volgen, ofwel BBL-studenten.

KOSTGANGER Voor het recht op bijstand tellen inkomsten en vermogen van andere huisgenoten niet mee. Dat is wel het geval als je samenwoont met een echtgenoot of een gezamenlijke huishouding voert met iemand. Indien één van de betrokkenen als kostganger kan worden aangemerkt wordt deze op grond van de wet niet aangemerkt als kostendeler. Een kostganger is in de filosofie van de kostdelersnorm iemand die een maandelijkse tegemoetkoming voor drie maaltijden van minimaal 225 euro betaalt.

TEGENPRESTATIE Niet alle politieke partijen zijn even gelukkig met de invoering en uitwerking van de kostendelersnorm. Dat geldt trouwens ook voor de tegenprestatie die wordt verwacht van mensen met een bijstandsuitkering. De beleidsregels en het uitvoeringsbesluit (kostendelersnorm, reïntegratieverordening Participatiewet en de tegenprestatie) worden aangeboden aan de raadscommissie en de regionale cliëntenraad werk en inkomen. Sommige politieke partijen zetten vraagtekens bij het succes van de tegenprestatie. Van het totale aantal bijstandsgerechtigden komt maar een beperkt deel in aanmerking om een tegenprestatie te leveren. Degenen die structureel mantelzorger zijn, al vrijwilligerswerk doen of parttime betaalde arbeid verrichten, zijn vrijgesteld van het leveren van een tegenprestatie.

ONDERSTEUNING Bij de tegenprestatie gaat het om ,,maatschappelijk nuttige activiteiten." Aanvankelijk zette het college in op in ieder geval acht uur per week, maar de raad maakte daar vier tot acht uur per week van, voor een maximale duur van één jaar. Iemand die voor het leveren van een tegenprestatie in aanmerking komt en geen ontheffing of vrijstelling krijgt, heeft acht weken de tijd om op zoek te gaan naar een plek voor een geschikte tegenprestatie. Deze termijn kan met tweemaal vier weken worden verlengd. De gemeente ondersteunt bij het gericht zoeken. Dat kan bijvoorbeeld bij de vrijwilligerscentrale zijn, initiatieven in de wijk of activiteiten bij (sport)verenigingen. Mensen die onvoldoende gemotiveerd zijn om een tegenprestatie te leveren krijgen een aanbod en als zij daar niet op ingaan kan een 'maatregel' volgen. Ofwel verlaging van het bijstandsbedrag.