• Aart Aalbers
  • Aart Aalbers
  • Aart Aalbers

Het moet anders in het Museum Veenendaal

VEENENDAAL  Het moet anders in het Museum Veenendaal, gevestigd in De Cultuurfabriek. Daarvan is stichtingsvoorzitter Joop Baan (69) overtuigd. En het gaat ook anders worden, al is het tempo van de veranderingen wat trager dan de geboren Rotterdammer zou willen. ,,We hebben een stappenplan om de zaken verder te ontwikkelen, om te komen tot vitalisering van het museum. Het moet meer uitnodigend gaan worden, niet gaan zitten wachten tot iemand interesse toont. We willen ook meer zichtbaar worden, zodat meteen bij de ingang van De Cultuurfabriek al iets van onze collectie te zien is."

Gerard van Wijk

De collectie van de vaste opstelling gaat veranderen. Zodat een bezoeker na vijf jaar niet exact dezelfde dingen ziet die hij eerder ook gezien heeft. De herinrichting gaat samen met meer tijdelijke tentoonstellingen. Momenteel loopt er één over de bril vroeger en nu (van marskramer tot oogarts), waarbij een selfie gemaakt kan worden met een kekke bril op. Het museum heeft nogal wat zaken in depot ('in de oude Ritmeesterfabriek, ook niet ideaal') en met binnenstadsmanager Peter Baten is Baan in gesprek om daarvan iets te laten zien in leegstaande panden in het winkelcentrum. Verder staat de daadwerkelijke plaatsing van de SKF-ramen voor dit jaar op de agenda, het plan daarvoor loopt al vanaf 2012. Ook wordt er dit jaar meer dan voorheen aandacht geschonken aan de Museumweek (was een weekend) en komt er een cursus voor baliemedewerkers. ,,Op dat gebied moeten we duidelijk een professionaliseringsslag maken."

Het zijn al met al nogal wat plannen, maar het is belangrijk om een stap naar de toekomst van het museum te zetten, vindt Baan. Zoals het hoort zijn er de nodige attributen te zien die de historie van Veenendaal levend houden. Oud-voetballer en sigarenwinkelier Sjaak Swart prijst zijn waar aan: 'Als het gaat om 'n handzame bolknak, adviseer ik Riant'. De wolnijverheid als belangrijkste economische activiteit en de turfstekerij als bakermat van Veenendaal, alsmede de automatisering van de sigarenfabricage horen bij een lokaal museum. Maar er is veel meer te zien. Onderwijsman Baan woont sinds enige jaren in Veenendaal, waar zijn vrouw geboren is. ,,Ik heb me in de lokale geschiedenis gestort, er boeken over gelezen. Ik weet langzamerhand meer van Veenendaal dan mijn vrouw. Dat is trouwens het merkwaardige: Veenendalers interesseren zich niet voor de historie van hun gemeente. Dan zouden wij immers veel meer bezoekers moeten krijgen. Vorig jaar kwamen er vijfduizend, inclusief scholieren. Het jaar daarvoor 4.200." Dat Veenendalers zich in het geheel niets aan de geschiedenis van hun woonomgeving gelegen laten liggen moet genuanceerd worden, de historische vereniging telt achthonderd leden. Maar in het museum kun je zogezegd bepaald niet over de hoofden heenlopen. Vandaar dat Baan zich ook meer richt op vakantiegangers.

Evenals de andere culturele instellingen heeft ook het museum te maken met verminderde subsidie, er moest 7.000 euro worden bezuinigd op een totaal van 220.000 euro. Dat lijkt weinig, maar de realiteit is dat van dat totale bedrag 130.000 euro weer wordt teruggeboekt aan de gemeente voor de huur en dat aan vaste kosten nog eens 30.000 euro moet worden afgeboekt. Zo blijven er slechts enkele tienduizenden euro's over, waarvan ook de conservator (drie dagen in de week) moet worden betaald. ,,Meer bezuinigingen zien we echt niet zitten. Personeelskosten is de grootste kostenpost, maar wij hebben geen personeel, alleen zeventig vrijwilligers." In de vacature voor twee bestuursleden kan tot nu toe ook niet worden voorzien. Maar liever wil Baan het hebben over de zaken waar hij wel invloed op kan uitoefenen en waar verbeteringen mogelijk zijn. ,,Als iedere Veenendaler nou eens verspreid over de komende vijf jaar hier naar binnen zou lopen... De mensen die komen zijn meestal verrast. We noemen ons niet meer historisch museum, al heeft veel van wat er te zien is met de historie te maken. We willen verleden en heden met de toekomst verbinden."

Volgend jaar bestaat het museum een kwart eeuw. Het zou mooi zijn wanneer er meer leden van de Vrienden van het Museum konden worden ingeschreven. Dat vindt Baan nu, met zo'n veertig liefhebbers, aan de magere kant.