'Geen Nederlands, geen bijstand' klopt niet

VEENENDAAL Dit jaar is een verscherping van de taaleis in de bijstand ingegaan. 'Geen Nederlands, geen bijstand' is echter niet het uitgangspunt van de wet. Dat zegt het college in antwoord op schriftelijke vragen van de VVD. ,,Het niet of onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal op zich heeft geen gevolg voor het recht op bijstand. Dat wet gaat uit van een inspanningsverplichting, geen resultaatverplichting."

Alleen als een bijstandsgerechtigde behorende tot de doelgroep met een taalniveau onder het vereiste 1F (moedertaalsprekers) of A2 (anderstaligen) zich niet inspant om het taalniveau te verbeteren, kan het college overgaan tot verlaging van de bijstand met 20 procent gedurende een half jaar.

Het is aan het college om te beoordelen of betrokkene aan zijn of haar verplichtingen voldoet. Verwacht wordt echter dat nogal wat mensen met een (te) laag taalniveau niet binnen de doelgroep gaan vallen. ,,Te denken valt bijvoorbeeld aan laaggeletterden die de basisschool hebben afgerond, of mensen die ondanks het behalen van hun inburgeringsdiploma onvoldoende Nederlands spreken." Bij hen is verlaging van de bijstand niet mogelijk.

Bijstandsaanvragers die wel behoren tot de doelgroep, wordt een taaltoets afgenomen (spreken, gesprekken voeren, luisteren, lezen en schrijven) en indien nodig wordt een taalplan opgesteld. De groepsgerichte reïntegratieaanpak wordt uitgebreid met een taalpracticum.