Valt er wat te vieren?

2019 zou een bijzonder jaar voor Veenendaal kunnen worden. Het is dan precies honderd jaar geleden dat de Veense sekte-leidster 'Zwarte Jannetje' het loodje heeft gelegd. Voorwerpen uit haar markante verleden zijn nu nog terug te vinden in Museum Veenendaal. Maar volgend jaar is het óók precies honderd jaar geleden dat Barend Veenendaal geboren werd. Deze Valleibewoner had niet alleen een prachtige naam, alleen daarom al zou een herdenkingsjaar gerechtvaardigd zijn, maar was bovenal een icoon van het Nederlands verzet.

Barend Veenendaal stelde zijn leven in de waagschaal om georganiseerd hulp aan onderduikers te verlenen, seinde locaties van Duitse stellingen door aan de geallieerden en waarschuwde bewoners voor op handen zijnde bombardementen. Enig eerbetoon zou op zijn plaats zijn. Zeker omdat komend jaar 75 jaar bevrijding wordt gevierd. Wat velen niet weten, is dat Veenendaal namelijk als één van de laatste plaatsen in Nederland bevrijd werd. Na de capitulatie bleven Duitse SS'ers hier tot 9 mei 1945 de dienst uitmaken.

Nu is Veenendaal verbonden met meer grote namen. Vaak gelieerd aan taal. Zo hadden we de honderdste geboortedag van dichter Kees Stip kunnen vieren. Een Kees-Stipjaar, puntiger kan het niet. Of de vijftigste geboortedag van zanger Stef Bos óf verslaggever Frits Wester. Al zou dat laatste misschien een beetje een kale vertoning zijn geworden.

Wil je het bourgondischer aanpakken, dan organiseer je een VIP-boottocht naar Antwerpen, zoals de initiatiefnemers van het Gilbertjaar in hun plannen hebben opgenomen als eerbetoon aan de Vlaamse multinational Gilbert van Schoonbeke. De Gemeenteraad besluit binnenkort over de 'Gilbert-belasting'. Zo'n vijfentwintig euro per Veens huishouden. Goed voor een jubileumbudget van ruim vier ton. Zou er iemand in verzet komen ?

Jurgen Hillaert