Eilanden

Vakanties zijn de ideale voedingsbodem om je ‘ware ik’ naar boven te halen. Je kunt dromen over wat je nu echt wilt Een tweede huis? Een nieuwe hobby? Of toch een andere baan. Tijdens mijn vakantie fantaseer ik altijd over eilanden en oude landkaarten. Waarschijnlijk ingegeven door spannende jongensboeken over verborgen piratenschatten, waarvan ‘Schateiland’ van Robert Louis Stevenson wel dé klassieker is.

Het liefst zou ik op een eiland ergens in de Stille Zuidzee wonen. Een eiland met een vuurtoren. Een eiland waar je de hele dag op je blote voeten door het zand kunt lopen. Zo’n eiland waar zeezeilers graag aanmeren om een memorabele avond te beleven.

Tja, en dan woon je in Veenendaal. Maar hier hebben we ook eilanden heb ik kortgeleden ontdekt. Met prozaïsche namen als ‘Eiland D’, ‘Eiland F’ en ‘Eiland G’. Met zulke namen kan het niet anders of daar ligt een schat verborgen.

Maar het zou ook zomaar kunnen dat de schat op ‘A’, ‘B’, ‘C’ of ‘H’, ‘Í’, ‘K’ of ‘M’ ligt. En dat is dan weer pech, want die eilanden moeten grotendeels nog ontwikkeld worden. Deze eilanden zijn prachtige nieuwe woonwijken aan de oostkant van Veenendaal. Op mijn verkenningsmissies in Veenendaal-Oost stuitte ik op pareltjes van woonhuizen, vaarten en stukjes natuur.

Je leest wel eens dat een bouwmeester van kathedralen in de middeleeuwen een schat achterliet onder het altaar, die pas eeuwen later werd ontdekt.

Zou er geen monnik of turfsteker zijn geweest die ergens in Veenendaal-Oost een geheim document heeft achtergelaten? Bijvoorbeeld een zestiende eeuwse kaart van Jacob van Deventer, Cristian Sgrooten of Henricus Hondius met daarop de allereerste naamsvermelding van Ve(e)(n)nenda(a)l.

Op vakantie, tijdens mijn museumbezoeken met historische kaartcollecties heb ik ‘m nog niet ontdekt, maar wellicht duikt ie nog een keer op uit de Veense veengrond.

Jurgen Hillaert