• Roos Koole

Vervolgtoezicht voor zorggroep Charim

VEENENDAAL Zorggroep Charim blijft ook de komende tijd te maken houden met toezicht in de vorm van bezoeken en gesprekken met het bestuur. De instelling is ingedeeld in categorie 2 op de lijst van 150 zorginstellingen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg staan. Dat maakte de IGZ dinsdagavond bekend. De lijst wordt aangeboden aan staatssecretaris Van Rijn.

Zorggroep Charim heeft vestigingen in Veenendaal, Rhenen, Renswoude, Woudenberg, Amerongen en Zeist. De afgelopen tijd was Charim vaker in het nieuws, zou zou er sprake zijn van een angstcultuur en werden directeuren op straat gezet. Maar ook kreeg de instelling een internationaal erkernd keurmerk voor de goede kwalitatieve zorg en dienstverlening. Charim is ingedeeld in de tweede categorie, één niveau onder de zorgwekkende zwarte lijst van elf zorginstellingen.

EINDRAPPORT De IGZ heeft afgelopen anderhalf jaar intensief toezicht gehouden op 150 verpleegzorginstellingen. In dit eindrapport staan de algemene bevindingen en de conclusies uit het intensief toezicht weergegeven. Het gaat hierbij om het toezicht over de gehele periode van 1 januari 2015 tot en met 15 maart 2016.

In december 2014 is een lijst met 150 verpleegzorginstellingen vastgesteld op basis van een risicoanalyse. De selectie van de verpleegzorginstellingen die op de lijst staan is op basis van een interne analyse die de inspectie jaarlijks uitvoert. Deze lijst wordt gaandeweg het bezoekjaar bijgesteld op basis van nieuwe informatie.

PEILDATUM Het oordeel van de IGZ op 15 maart 2016 over de betrokken zorginstellingen is gebaseerd op de bevindingen van het toezicht. Deze toezichtresultaten zoals oordelen uit inspectiebezoeken, calamiteitenrapportages en oordelen op basis van een bestuursgesprek zijn gewogen en vertaald naar vervolgactiviteiten en een indeling in 4 categorieën. Alle ontwikkelingen in de zorginstellingen ná 15 maart 2016, of dit nu een positieve of negatieve ontwikkeling is, maken geen onderdeel uit van het rapport en hebben daarmee logischerwijze geen invloed gehad op de plaats in een van de 4 in het eindrapport opgenomen categorieën.

De inspectie stelt vast dat instellingen niet stil zitten en hard werken om de tekortkomingen aan te pakken en verbetering door te voeren. Ook is de inspectie alweer bij een aantal instellingen op bezoek geweest. Als de inspectie de rapporten met de bevindingen van deze bezoeken klaar heeft, worden ze volgens de gebruikelijke procedure openbaar gemaakt.

VERSCHILLEN Er kunnen grote verschillen bestaan tussen locaties. De kwaliteit en veiligheid van zorg kan bij de ene locatie op orde zijn, terwijl een andere locatie van dezelfde aanbieder flinke tekortkomingen laat zien. Ook kunnen er op meerdere locaties tekortkomingen zijn. Zoals uit het onderzoek blijkt, stuurde een derde van deze 150 instellingen onvoldoende op kwaliteit en veiligheid van de zorg. In deze situaties heeft de inspectie zorgen over de kwaliteit en veiligheid van zorg binnen de gehéle instelling.

VERDELING De lijst met 150 instellingen is door de IGZ onderverdeeld in vier categorieën. De samenstelling geeft de stand van zaken weer op 15 maart 2016. Het kan dus zijn dat de situatie inmiddels is gewijzigd. Voor een eventuele zienswijze van de betrokken organisatie wordt verwezen naar de website van de desbetreffende instellingen zelf.

1. Intensief vervolgtoezicht

Dit betekent dat binnen een organisatie in korte tijd bestuursgesprekken en meerdere (onaangekondigde) bezoeken bij verschillende locaties van de zorginstelling plaatsvinden. Op basis daarvan gaat de inspectie een oordeel geven over de gehele zorgorganisatie of heeft dat inmiddels gedaan.

2. Vervolgtoezicht

De inspectie houdt vervolgtoezicht in de vorm van inspectiebezoeken en/of bestuursgesprekken. De inspectie toetst zo of de instelling de tekortkomingen die zijn geconstateerd, oplost. Als dat het geval is, sluit de inspectie het toezichttraject op betreffende locatie af (zie 4).

3. In afwachting van resultaatsverslag al dan niet vervolgtoezicht nodig

De inspectie heeft in een bezoek tekortkomingen geconstateerd. De instelling moet van de inspectie een verslag maken over hoe zij deze tekortkomingen aanpakt en/of heeft aangepakt, het zogenoemde resultaatsverslag. De inspectie bepaalt na ontvangst van dit resultaatverslag of vervolgtoezicht noodzakelijk is (zie 2).

4. Toezichttraject afgesloten

Dit betekent dat de inspectie in 2016 de zorginstelling niet opnieuw vanuit het risicotoezicht bezoekt. Indien meldingen of andere signalen aanleiding geven voor toezicht, zal de inspectie opnieuw toezicht houden in de vorm van inspectiebezoeken en/of bestuursgesprekken.