• DOVO/VRC

Niet meer roken langs het veld bij DOVO en VRC

VEENENDAAL Roken langs het veld bij wedstrijden en in de omgeving van kinderen is voortaan verboden bij DOVO en VRC. Dat melden de clubs in een persbericht.

De themabijeenkomst 'Rookvrije sportclubs' van Sportservice Veenendaal in samenwerking met de Nederlandse Hartstichting en SKF Korfbal, leidde tot het besluit van voetbalverenigingen DOVO en VRC om hun jeugdleden een rookvrije sportomgeving te bieden. ,,Kinderen die opgroeien in een omgeving waar wordt gerookt, hebben meer kans op hart- en vaatziekten, kanker en longziekten. Daarbij geldt: zien roken, doet roken. Het is daarom belangrijk dat kinderen beschermd worden tegen de verleiding om te gaan roken'', aldus beide clubs in het persbericht.

GEZONDE TOEKOMST ,,Wij realiseren ons dat onze accommodaties plekken zijn waar honderden kinderen wekelijks veel tijd doorbrengen. Door hen een rookvrije omgeving te bieden, willen wij bijdragen aan een gezonde toekomst van onze jeugdleden", aldus Gerrit Jan van de Weerthof, voorzitter VRC.

Door landelijke wet- en regelgeving is roken in kantines en kleedruimtes al jaren niet meer aan de orde. Beide voetbalverenigingen willen nu de volgende stap maken door een rookvrije omgeving te bieden aan hun jeugdleden. Rookvrij tijdens het sporten rondom de velden, maar ook in de nabijheid van kinderen op andere momenten, bijvoorbeeld tijdens het op elkaar wachten voor vertrek naar wedstrijden.

VOORBEELD ,,Borden met de tekst 'Rookvrij' worden rondom de velden opgehangen. Trainers, begeleiders, ouders en overige bezoekers worden gevraagd om niet in de directe omgeving van kinderen te roken. Ook worden alle vrijwilligers en spelers uit de eerste elftallen erop geattendeerd dat zij voor veel kinderen een voorbeeld zijn", stelt Jan-Willem de Groot, voorzitter DOVO.

In de komende jaren trekken DOVO en VRC gezamenlijk op in het verkennen en doorvoeren van logische vervolgstappen. ,,Enerzijds laten wij hiermee aan onze leden zien dat het niet iets is wat alleen bij onze eigen vereniging leeft. Anderzijds hopen wij hiermee op een groter effect en dat meerdere sportverenigingen dit voorbeeld zullen volgen.''