• archieffoto

'Als ik val vinden ze me wel een keer'

VEENENDAAL Alle gemeenten, ook Veenendaal, geven aan dat zij het moeilijk vinden zicht te krijgen op de zorgmijders. Wie zijn het en waar wonen ze?

Gerard van Wijk

Veenendaal schakelde SEO economisch onderzoek in om de omvang en gevolgen van zorgmijding te bepalen. Van de driehonderd Wmo-klanten die bij het onderzoek betrokken waren vertoonde elf procent zorgmijdend gedrag en één-derde van hen noemde de hoge eigen bijdrage als reden. Structureel onderzoek is er echter niet.

REDENEN Er zijn ook tal van andere redenen waarom mensen die wel voorzieningen nodig hebben daar niet om vragen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deed onderzoek in tien gemeenten, onder wie Amsterdam en Veenendaal. Daaruit bleek dat het zicht op zorgmijding ontbreekt.

Al valt op de onderzoeken wel het een en ander aan te merken, onder andere vanwege de geringe deelname. Zo gingen de onderzoekers voor het ministerie te rade bij 90 Wmo-cliënten, van wie 29 zorgmijders. Dat kan niet echt representatief worden genoemd, al geeft het wel een goed beeld in het beleid van de gemeenten met betrekking tot het voorkomen van ongewenste zorgmijding. Dit dankzij 'diepte interviews' bij de gemeenten. Daaruit blijkt dat het voor Wmo-klanten nogal wat uitmaakt in welke gemeente zij wonen, het verschil in beleid is groot.

OMVANG ONDUIDELIJK Het is niet mogelijk conclusies te trekken over het aantal zorgmijders of de omvang van het probleem ongewenste zorgmijders, aldus de onderzoekers. Een groot deel van de gemeenten heeft ten aanzien van het eigen bijdragebeleid eigen keuzes gemaakt in het voordeel van de cliënt. Dat heeft de raad in Veenendaal ook voor elkaar gekregen en er zijn enige andere besluiten genomen waardoor Wmo-klanten financieel wat meer lucht krijgen.

Dat was niet zozeer aan het college te danken, maar de raad vond het met een overschot van negen miljoen euro in twee jaar op de Wmo wat al te kras om de klanten in de kou te laten staan. ,,Alle tien gemeenten hanteren één of meer compenserende maatregelen waar minima en/of cliënten met extra uitgaven als gevolg van een chronische ziekte of een beperking een beroep op kunnen doen."

GEEN REGISTRATIE Maar verreweg de meeste gemeenten registreren de zorgmijders niet. Degenen die enkele uren per week huishoudelijke hulp of een scootmobiel nodig hebben zijn tevreden over het Wmo-beleid. Een belangrijk deel van de chronisch zieken en gehandicapten met complexe of zeer specifieke problematiek is vrij negatief over het Wmo-beleid. Die zijn ook kritisch over de informatievoorziening, communicatie en deskundigheid van de gemeente. Zij geven aan dat de gemeente ouderen als uitgangspunt nemen, waardoor onvoldoende recht wordt gedaan aan hun situatie.

Veel Wmo-gebruikers met een inkomen boven 130 procent van het sociaal minimum hebben het gevoel onevenredig zwaar te worden belast. Zij kunnen geen beroep doen op de minimaregelingen en profiteren minder van de landelijke inkomensafhankelijke regelingen zoals toeslagen. En dan zijn er ook nog mensen met een chronische ziekte, een redelijk inkomen en een eigen huis, die tegen een muur oplopen in het doolhof van bepalingen en regelingen.

DIVERS BELEID Het overheidsbeleid is willekeurig, is de ervaring van mensen die er van afhankelijk zijn. De ene patiënt met een ernstige ziekte (bijvoorbeeld kanker) valt volledig in de Zorgverzekeringswet en betaalt soms alleen het verplichte eigen risico van 385 euro. De andere patiënt (met bijvoorbeeld ALS of MS) betaalt ook die 385 euro eigen risico, plus elke vier weken de eigen bijdrage Wmo van soms honderden euro's. Dat kan oplopen tot enkele duizenden euro's per jaar.

Door diversiteit in beleid ontstaan grote verschillen in het besteedbaar inkomen. En door het hele onderzoeksresultaat blijft het terugkomen: gemeenten hebben weinig tot geen zicht op de groep mensen die (mogelijk) wel hulp of ondersteuning nodig heeft, maar zich niet meldt bij de gemeente of het sociaal wijkteam.

GENERATIEPROBLEEM Freek Aalbers van de aan de Zandstraat gesitueerde Thuiswonenwinkel heeft door zijn vele contacten ook veel kennis verworven. ,,Het is een actueel probleem, waar nadrukkelijk een psychologische kant aan zit. Zorgmijding heeft niet alleen te maken met de eigen bijdrage, het is ook het probleem van een generatie. Ik heb veel dames van 80 jaar en ouder als klant. Man en vrouw namen samen de beslissingen, zeggen ze. In de praktijk deed hij dat. De man valt vaak als eerste weg en dan moet de vrouw van de ene op de andere dag alle beslissingen nemen. Zij krijgt tegenstrijdige adviezen over veilig en comfortabel wonen, van kinderen, buren en kennissen. Zij hebben de neiging het probleem voor zich uit te schuiven. 'Als ik val vinden ze me wel een keer', zeggen ze dan. Het gaat er om een antwoord te vinden op de vraag hoe je om gaat met toenemende beperkingen."