• ChristenUnie Veenendaal

    Picasa

ChristenUnie Veenendaal vraagt aandacht voor leegstand

11-02-2016, 12:30 | Lezersnieuws | ChristenUnie Veenendaal

Als fractie van de ChristenUnie maken wij ons zorgen over de ontwikkeling van de Economie in Veenendaal. We zien te weinig succesvolle initiatieven die leiden tot een vermindering van het aantal mensen met een uitkering, of vermeerdering van arbeidsplaatsen.

Onze zorgen zijn verder toegenomen door de zichtbare leegstand van winkelruimte van het centrum. Wij wachten de initiatieven af die het college voorstelt bij de bespreking van 'Pimp het winkelcentrum'. Met ons voorstel op zaterdagen gratis te parkeren in de gemeentelijke garages, hebben wij een actieve bijdrage geleverd om het centrum aantrekkelijk te laten zijn. Hierover ontvangen we positieve geluiden van bezoekers van het centrum.

Recent verscheen het jaarlijkse rapport van DTZ Zadelhoff over de leegstand van kantoren.

Het laat een beperkt positieve ontwikkeling zien, maar niet voor Veenendaal. Veenendaal kent een leegstandspercentage van circa 30%, hoger dan voorgaande jaren.

Veenendaal haalde bijna de (negatieve) 1e plaats op landelijke lijsten. Voorwaar geen prijs om trots op te zijn. De reactie vanuit het college heeft ons verbaasd. Kortweg gezegd "Haal het pand van Sara Lee eraf en het valt wel mee". Een uitspraak die geen doel treft, want het pand is er nu eenmaal en telt mee.

Als ChristenUnie hebben we de volgende schriftelijke vragen aan het college gesteld:

1. Zijn er de afgelopen twee jaar gesprekken gevoerd met de eigenaar, anders dan op verzoek van de raad om het uiterlijk netjes te houden?

2. Zo ja en hoe vaak en met welke resultaten?

3. Heeft het college andere, creatieve, invullingsmogelijkheden aan de eigenaar voorgesteld?

4. Welke acties heeft u ondernomen, anders dan allerlei informatieve bijeenkomsten met ondernemers, om de leegstand van kantoren in Veenendaal te verminderen?

5. Hebt u de leegstandsproblematiek in de breedte goed in beeld en een allesomvattende (ruimtelijk/economische) visie op deze materie?

6. Zo nee, bent u bereid een dergelijke visie op heel korte termijn te ontwikkelen, waarbij alternatieve invullingen ook ruimtelijk mogelijk worden gemaakt.