Roken

Ik was vorige week  iets te vroeg voor een bezoekje in het ziekenhuis in Ede. Terwijl ik buiten op een bankje zat te wachten, kon ik wel de ene na de andere column schrijven. Wat zie je daar veel. 

 

Komen enkele personen uit het ziekenhuis lopen die zo'n behoefte hebben aan een sigaret, dat die al brandt bij de eerste stap buiten de draaideur. Een dame die daar last van heeft doet een doek voor haar mond en mompelt 'Dit is geen plek om te roken.' Men neemt de vrouw verre van serieus en vindt het 'een zeikwijf' en nog veel meer en ernstiger taalgebruik.

De vrouw maakt zich uit de voeten en het gezelschap, waarvan één van hen in de ene hand een sigaret heeft en in de andere hand een karretje met een infuus, schuift een eindje op en rookt verder bij de rolstoel afhaalplek. De alleraardigste gastheer van het ziekenhuis, die controle houdt bij de ingang, laat het oogluikend toe. Kort erop vertrekken ze weer. Gelukkig! De geluiden van het hoestende en rochelende zestal waren niet echt fris.

De gastheer komt daarna even bij mijn bankje staan en vertelt dat hij juist ervoor een tweetal had verzocht in de rookplek te gaan roken. De man had hem de huid vol gescholden met de grofste en smerigste taal. Dit had enige tijd geduurd en ze maakten geen aanstalten om te vertrekken. Pas toen de gastheer het stel vertelde de beveiliging in te inschakelen om hen buiten het ziekenhuisterrein te laten zetten, ging het stel in slow motion naar de rookplek. 

Blijkbaar kunnen sommige rokers zich niet indenken dat er op deze aardbol ook mensen rondlopen die geen 25 of 50 sigaretten per dag door hun longen kunnen laten glijden, maar het bij de minste rook al benauwd krijgen.

Aart Aalbers