De poes

De helft van de volwassenen heeft er wel één. Nederland telt zo'n 7 miljoen volwassenen en de helft daarvan heeft een poes. Volgens het laatste onderzoek van de NVG - dit is niet de Nederlandse Vereniging van Gynaecologen, maar de Nederlandse Voedingsindustrie Gezelschapsdieren - telt Nederland ruim 3,5 miljoen katten.

Ook wij hebben er één. Al 17 jaar. Ze heet 'JC'. Over waar haar afkorting voor staat, gaan verschillende scenario's rond met als exponent 'Jesus Christ'. We hebben een haat-liefde-verhouding met elkaar. Ik verdenk haar van militante sympathieën. Zij claimt territorium wat niet van haar is en als ik MIJN krant wil lezen, slaat ze 'm structureel weg om drie seconden later als een oude vrijster tegen je aan te gaan schurken. Zij houdt het beter uit met ons dan wij met haar.

Iedere vakantie rijst weer de vraag: 'Wie past er op JC?' Sinds twee jaar is deze opdracht uitgebreid met de verzorging van een tweede huisdier, een cavia. En voor zo ver ik weet kunnen die maar twee namen hebben: Knabbel of Babbel. De onze heet Knabbel.

Afgelopen vakantie was onze overbuurvrouw poeslief en verzorgde JC en Knabbel. Ze heeft weliswaar in een dierenwinkel gewerkt, maar vanwege haar allergie voor katten willen we haar niet iedere keer hier mee lastig vallen. Onze andere overburen - volgens mij zijn het Bulgaren, maar mijn vrouw denkt Hongaren - kennen we nog niet goed genoeg. Eigenlijk kennen we ze nog helemaal niet. We weten wél dat deze vier mannen er een precies tegenovergesteld dag-nacht-ritme op na houden dan wij. In de maand dat we nu tegenover elkaar wonen, is het nog niet tot een ontmoeting gekomen.

Omdat ook onze vrienden op vakantie zijn in de periode dat wij weg gaan, hebben we het netwerk van onze kinderen ingezet. Een vriendin van onze oudste dochter was bereid om iedere dag onze huisdieren van de eerste levensbehoeften te voorzien. Zodat wij gerust op vakantie kunnen :-)

Jurgen Hillaert