De eerste keer…

Luidkeels lallend liepen ze over straat afgelopen weekend. Ik had het slaapkamerraam open en hoorde er ééntje roepen: 'Uuuu-trecht hoooo-li-gans'. Een vriendin van deze zelfbenoemde hooligan schreeuwde 'meeee-komen, anders krijg je klappen'. Het was al weer een tijdje geleden dat er herrie was op de Markt. Het was dan ook een zwoele zaterdagavond waar veel mensen lekker lang buiten waren. En sinds de vaste sluitingstijden van de horeca zijn losgelaten, spreidt het uitgaanspubliek zich meestal rustig over de nacht.

Op diezelfde Markt zat ik achttien jaar geleden met mijn - toen nog - vriendin, inmiddels vrouw. We zochten een huis en de woningmarkt was behoorlijk overspannen. Een aardige kelner zag ons zitten op het terras en vroeg waar we naar op zoek waren. We vertelden hem dat we overwogen een huis op de Achterkerkstraat te kopen. 'Leuke buurt, vlakbij mijn terras, moet je doen!', riep hij enthousiast en vanaf dat moment besloten we definitief Veenendalers te worden.

We woonden al een paar maanden als krakers in een kleine arbeiderswoning op de Prins Bernhardlaan. Nou ja krakers, eigenlijk woonden we er anti-kraak, maar dat klinkt toch een stuk minder stoer. En die zomer kregen we een brief van de gemeente dat de kruising van de Prins Bernhardlaan en de Bevrijdingslaan 'gereconstrueerd' zou worden. Of we ons huis wilden verlaten, want ze wilden het gaan slopen. En ja, dan slaap je toch opeens een stuk minder lekker als je de volgende ochtend gewekt kunt worden door een sloopkogel. Zeker als Miley Cyrus er niet opzit.

We spreken over 1999 en afgelopen maand is dan - achttien jaar na dato - ons huis tegen de vlakte gegooid. De lang aangekondigde voorbereidingen voor de grote reconstructie van de noordelijke toegangsweg naar het centrum zijn begonnen.

De kelner die ons 18 jaar geleden verwelkomde, werkt nog steeds op de Markt en begroet ons nog iedere dag met een stralende lach. Wij hebben geen dag spijt gehad om in Veenendaal te gaan wonen.

Veenendaal verandert. Langzaam. En wij veranderen langzaam mee.

Jurgen Hillaert