Bromfiets

Op het moment dat ik hoorde dat in Achterberg een bromfietsmuseum is, begon het bij mij als voormalig bromfietsrijder te kriebelen. Een afspraak voor een interview met de eigenaar was snel gemaakt. U leest het vandaag in deze krant.

Wat is daar dan zo leuk aan zo zullen velen zich afvragen. Ik liep daar door het museum en kwam dezelfde grijze Sparta bromfiets tegen die ik zo'n 50 jaar geleden van mijn vader kreeg. Samen gingen we naar Van Engelenhoven in Overberg en daar stond het tweedehandsje. Ik mocht er thuis mee door het weiland en langs de spoorsloot rijden. Een jongensdroom kwam uit.

Als 16-jarige scholier mocht ik weer een bromfiets kopen. Deze mocht niet te duur zijn. Een van de personeelsleden van mijn oom verkocht zijn Eijsink. Zo'n bromfiets van Nederlands fabricaat met een dubbele uitlaat. Laat nu ook deze bromfiets daar aan de Zuidelijke Meentsteeg in het museum staan.

In gedachten zie ik ons nog gaan. Met een aantal kameraden elke zaterdagavond naar Ton Patat in Lunteren. De een op een Kreidler-Florett, een ander op een sterk opgevoerde Zündapp en ik op mijn Eijsink. Plank gas, door weer en wind.

Een van ons behaalde het rijbewijs en daarna gingen we wekelijks met een VW-bus vol jongelui naar Lunteren. Daar ontmoette ik mijn huidige vrouw maar hoe kwam ik zonder rijbewijs en zonder bromfiets in Bennekom? Snel werd een Kreidler gekocht.

In het bromfietsmuseum stond ik oog in oog met een zelfde bromfiets. Het was het vervoermiddel waarmee we samen de eerste kilometers maakten.

Ik zie weer voor me hoe ik in het pikdonkere, voor mij onbekende, Binnenveld een bocht verkeerd nam en onderuit lag.

In zo'n museum komt het verleden als een film aan je voorbij. Ik heb genoten!

Aart Aalbers